Geschiedenis van Herxen - De marke Herxen

De marke Herxen
In 1949 publiceerde de toenmalige rijksarchivaris Mr. A. Haga aardige bijzonderheden over de marke Herxen. Men moet namelijk weten, dat vroeger vele gronden gemeenschappelijk eigendom waren van de markegenoten. Deze gronden (wel aangeduid als 'almende') waren verdeeld in waardelen of onderdelen, welke, naar men wel aanneemt, oorspronkelijk door loting van gebruiker wisselden. De markgenoten konden keuren (willekeuren) maken betreffende het gebruik dezer gemeenschappelijke gronden, het houden der vergaderingen en de rechtspleging. De marken hadden namelijk ook eigen rechtspraak en rechtsmacht. Als iemand zich niet goedschikts aan de rechtsmacht onderwierp, b.v. een hem door de markerichter opgelegde boete niet wilde betalen, moest men zijn toevlucht wel tot het scholtengericht nemen, dat in het hoofddorp zetelde. Vooral ten gevolge van de Markenwet van 1886, die bepaalde dat wanneer maar één enkele markegenoot dat verlangde, de hele mark moest worden verdeeld, kwam een spoedig einde aan deze vorm van gemeenschappelijk grondbezit. Wanneer de Herxer meente is verdeeld is mij onbekend.

Oorspronkelijk strekte deze marke zich ver oostwaards in de broeklanden uit en grensde daar aan de marke van Heino. In deze marke hadden ook andere marken nl. die van Heino en Zuthem gebruiksrechten. Dit werd de oorzaak dat deze broeklanden oostelijk van de oude Soestwetering, die voor enkele jaren geheel is gekanaliseerd, later onder een afzonderlijk bestuur zijn gekomen onder de naam van Lierderbroek (vermoedelijk 1476).
De markerichter van Herxen werd gekozen. Van het markearchief is praktisch niets bewaard gebleven (wanneer iemand in de buurtschap nog stukken van de marke in zijn bezit heeft, zou ik dat graag vernemen; een kaartje aan drukkerij Schippers is voldoende). In 1936 ontving het rijksarchief in Overijssel van de vroegere burgermeester van Wijhe, Mr. Schimmelpennick, enige opslagen met losse stukken van deze marke uit de 18e en 19e eeuw. De oudste willekeuren of weten van de marke Herxen zijn ons slechts van oude afschriften bekend en dateren van 1444. Men leest daarin b.v.:

"Elck man die scaepe vynt op zyn landt, mach hy scutten, dat scaep een half butken."

Dus een ieder die op zijn waardeel een schaap aantreft, dat hem niet behoort, mag bij teruggave van de eigenaar een half "butken" (= oud geldstuk) vorderen. Voorts leest men in deze wetten:

"Wat beest een ygelick affsterfft, dat sie pert, koe, runder, off vercken sall hy graven op ten selvem dach diep genoch, by 1 pont tot behoeff der geswaeren."

Ieder die dus een kadaver niet op de eerste dag en dan nog wel diep genoeg begraaft, zal daarvoor als boete een pond (= geldstuk) storten in de kas van de marke.

Tienden
Volgens diens leenregister (deel D,88) beleende David van Bourgondië, bisschop van Utrecht, die naast de geestelijke ook de wereldlijke heerschappij voerde in Salland, Reynolt ten Bussche na de dood van zijn vader Herman met de grove en smalle tienden over enkele hoeven in Herxen. Het tiendrecht was van kerkelijke oorsprong. Reeds in het Oude Testament wordt gesproken van tienden van veldvruchten en van de jongen van de beesten, welke aan de priesters werden geschonken, of geofferd aan Jahweh, het Opperwezen (b.v. Lev. 27 : 30: "Ook is alle tiende van 't land, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, van den Here: het is den Here heilig"). Men onderscheidde smalle (van tuinvruchten), grove (van koren) en krijtende (van jonge dieren) tienden. De bisschop had natuurlijk het recht deze van hem toekomende inkomsten tijdelijk af te staan, daardoor het recht op tegenprestatie (b.v. steun met manschappen in de oorlog) verkrijgend.

Komende activiteiten

Geen evenementen

Foto van de dag

DSC01737.JPG

Website created by NM-Webdesign